Status De officier-verkenner (verbonden aan de Generale Staf) begaf zich allereerst, per trekschuit of diligence, naar de kadasterkantoren om de kadastrale kaarten over te tekenen en te verkleinen naar schaal 1 25 000. Fotografisch kon dat nog niet, dus maakte hij gebruik van een ruitennet met intervallen van 5 mm. Schetsmatig werd daarin de situatie overgenomen, langs de gemeentegrenzen uitgesneden en aan elkaar geplakt op karton. Dit waren de veldminuten. In de zomer trok de officier-verkenner, gewapend met die kartonnen veldminuten, te paard het terrein in. Hij was daarbij vergezeld van een marechaussee, eveneens te paard gezeten, die bij de metingen de helpende hand moest bieden of boodschappen overbrengen naar andere officieren-verkenner in de streek. Commissaris der Koningin Van Gelder (midden) bewondert een oude Sgrooten-kaart van Zeeland. Links dhr. v. Holten, rechts dhr. Schreuder, beiden van Wolters-Noordhoff. De officieren mochten tijdens het werk wel burgerkleding dragen, maar mochten niet uit het oog verliezen dat ze ,,aan hunnen rang als officier van den Generalen Staf verpligt waren eenige zorg omtrent dezelve in acht te nemen teneinde zich van de gewoone landmeters te onderscheiden". En dat was natuurlijk goed, verschil moet er zijn. Overigens werkte de verkenner alleen in de ochtend buiten; in de na middag moest hij terug naar zijn standplaats, want nog dezelfde dag moest hij het opgenomen terreingedeelte inkleuren en inkten. De werknorm was toen 55 km2 per maand. Eenmaal per maand moest hij zijn vorderingen op papier vermelden en inleveren. Toen kende men dus al het begrip maandwerk. De landelijk directeur kwam regelmatig op controle om het terrein te verifiëren. Op die dag moest de officier-verkenner wel ,,in het pak". Nettekeningen In de wintermaanden werden de veldminuten overgetekend op schaal 1 25 000 of 1 50 000. Die nettekeningen waren uniek en zijn nooit in druk uitgegeven. Pas dit jaar besloot Wolters-Noordhoff daartoe. De originele nettekeningen van Zeeland zijn op schaal 1 50 000 gemaakt, maar voor deze atlas vergroot tot 1 25 000 om ze ge makkelijker te kunnen vergelijken met de topografische atlas van de huidige tijd. Het is boeiend te zien hoeveel er in die 150 jaar, vooral in Zeeland, is veranderd. Plaatsen waar toen de zee nog vrij spel had, tonen nu de aanwezigheid van ruime bouwlandkavels, recreatiebossen of grote fabriekscomplexen. Steden als Goes en Middelburg, die toen nog keurig binnen hun vestingwallen lagen, zijn daar duidelijk hele maal uitgebarsten; op veel plaatsen was aangegeven waar je met een voetveer het water kon oversteken. En in tegenstelling tot die eerste kaart zijn ze nu geen militair geheim meer. Aanbieding Dr. A. T. van Holten, hoofd van de Wolters-Noordhoff Atlasproduk- ties, verrichtte de officiële aanbieding. Bijna ging dat niet door, want vijf minuten daarvoor waren de atlassen nog niet aanwezig. De heer Van Holten vertelde dat deze bijzondere uitgave eigenlijk een logisch vervolg was van de eerder uitgegeven Topografische Provincie-Atlassen. Daaruit is gebleken dat veel mensen grote inte resse hebben voor hun eigen woongebied. De nu gedrukte Histo rische Provincie-Atlas maakt het mogelijk de situatie van vandaag te vergelijken met die van 150 jaar geleden, omdat de kaartindeling en 544 schaal precies gelijk zijn. Na Zeeland zal trouwens voorlopig alleen nog de atlas van Limburg uitkomen, want daarna wordt de produktie een poosje gestaakt. De heer Van Holten bood aan commissaris Van Gelder twee histo rische atlassen aan, die van Noord-Holland en die van Zeeland. Levensgeluk Commissaris Van Gelder stelde de aanbieding van beide atlassen zeer op prijs, mede omdat het hem in staat stelde de steden Amster dam en Middelburg, die ooit even groot zijn geweest, met elkaar te vergelijken. Van Gelder ontpopte zich als een groot liefhebber van oude (en nieuwe) kaarten. Frappant vond hij het, dat men 150 jaar geleden, 10 jaar nodig had om een zeer gedetailleerde topografische kaart van heel Nederland te maken en dat men nu (doelend op de GBKN), met alle moderne middelen die daarvoor bestaan, meer dan 25 jaar nodig denkt te hebben om opnieuw heel Nederland in kaart te brengen. Hij deed een suggestie naar de toeristenindustrie om naast de infor matie over het huidige landschap toch vooral ook gegevens te ver strekken uit de oude historie, omdat dat aangeeft hoe een landschap is ontstaan en een streek is gegroeid.Wie zijn omgeving niet kent, doet zijn eigen identiteit tekort en daarmee dus zijn eigen levens geluk", sprak hij filosofisch. Hij feliciteerde Wolters-Noordhoff met deze nieuwe uitgave, welke naar zijn mening in Zeeland zeker veel afnemers zal kennen. De Grote Historische Provincie-Atlas met zijn 110 pagina's kaarten in kleur, ligt thans in de boekhandel en kost f 90,Een leuk cadeau voor de feestdagen. Theo Scheele 11e INTERNATIONALE CURSUS GEODESIE Van 21 t/m 25 september 1992 werd de elfde internationale cursus geodesie georganiseerd. Deze cursus wordt eens in de vier jaar ge geven, waarbij de locatie steeds wisselt (Graz, München en Zurich). De cursus heeft een post-hbo/post-academisch karakter en behan delt onderwerpen uit de wetenschaps- en toepassingshoek. De deel nemers uit de Duitstalige landen waren het sterkst vertegenwoordigd (Zwitserland 28%, Oostenrijk 15%, Duitsland 49%); de overige deel nemers waren afkomstig uit Polen, Finland, USA, Luxemburg, Italië, Australië en Nederland. Doorsnede van beide kegels l123 en l124 op A12 (P niet voorgesteld). Doel van de cursus is het uitwisselen van informatie en het actualise ren van geodetische kennis. Ook worden technici uitgenodigd van andere vakrichtingen, die door het uitoefenen van hun beroep (in)direct zijn betrokken bij de geodesie. Zes thema's worden onder scheiden, te weten meettheorie en meetconcepten (-modellen); meettechniek en meetsystemen; informatiesystemen en CAD; toepassing in de bouw en industrie; leefomgeving en milieu. NGT GEODESIA 92 - 12

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

(NGT) Geodesia | 1992 | | pagina 36