volgens de medewerkers van Ir. Moens ook geen hoge eisen te worden gesteld. Wanneer men midden op het perceel is, moet men naar beide zijden kunnen wenden. Anders wordt het, wanneer we denken aan de onkruidbestrijding. Bij verneveling van bestrijdings middelen moet men niet onmiddellijk de gewassen op de buurt- percelen beschadigen. Smalle percelen wil ook zeggen: lange per ceelsscheidingen en op de perceelsscheidingen is de onkruidbe strijding wel eens minder goed. Op lange smalle percelen ontstaat meer structuurbederf bij transport. We stellen als minimale per ceelsbreedte 20 m, maar we geven de voorkeur aan 30 m. Deze normen voor minimale perceelsafmetingen missen echter een wetenschappelijke basis. Wanneer men bepaalde normen aan neemt, kan men echter ongewenste kavelafmetingen opsporen. L kortst toelaatbare perceelslengte (b.v. 200 of 150 m), b kleinst toelaatbare perceelsbreedte (b.v. 30 of 20 m), 0 oppervlakte van de bouwlandkavel, n aantal percelen, waarin de bouwlandkavel wordt ingedeeld (b.v. 4, 5 of 6 percelen), langst toelaatbare perceelslengte. 1 0 tot is dan de toelaatbare kavellengte voor alle gevallen waarin y 0 Anders wordt de toelaatbare kavellengte van l tot Legt men de percelen achter elkaar, dan wordt zij Voor toepassing van deze gedachte in de praktijk, zal er behoefte bestaan aan een grafische weergave, waarbij de kavellengte l wordt uitgezet tegenover 0. Wanneer we een minimaal toelaatbare perceelslengte van 15c m zouden aanvaarden, wordt de minimale lengte van de kavel ook 15° m, totdat we bij een bouwlandoppervlakte van meer dan 2,25 ha worden beperkt door de lengte van het vierkant. Leggen we de percelen in een even aantal achter elkaar, dan zou de minimale kavellengte 300 m worden. 40

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Tijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde (KenL) | 1958 | | pagina 42