48 Mededeling van het Congres-comité Vele lezers vragen zich wellicht af hoe het staat met de voor bereiding van het aanstaand internationaal congres. Gedeeltelijk kunnen zij het antwoord op hun vraag vinden in het Voorlopig programma, dat onlangs aan de leden van de bij de N.L.F. aange sloten verenigingen is toegezonden. De samenstelling van dit programma eiste veel overleg in het Comité Permanent en daarna talrijke besprekingen met de organen die bij de uitvoering van de programmapunten zijn betrokken, o.a. voorlichtingsdiensten van gemeenten en het Rijk. Het voorbereidende werk is verricht; de opzet is gereed en nu moeten allerlei zaken in bijzonderheden worden geregeld. De inrichting van balies voor de registratie van de deelnemers, het aan vragen van extra-telefoonleidingen, de opzet van een dienstregeling van een autobuspendeldienst tussen Scheveningen, waar de meeste congressisten worden ondergebracht, en Delft, waar de commissie vergaderingen en de tentoonstelling worden gehouden, enz., enz., zullen nog veel werk eisen. De eerste aanmeldingen voor deel name aan de tentoonstelling zijn binnengekomen; de inrichting hiervan is aan het Tentoonstellingscomité toevertrouwd. Het bestuur van de N.L.F. en het Organisatie-comité zijn zich bewust van de grote verantwoordelijkheid die op hen rust om de goede naam die Nederland op geodetisch-wetenschappelijk gebied bezit te handhaven door het congres 1958 ook in organisatorisch opzicht te doen slagen. Het spreekt vanzelf dat de organisatie van een dergelijk groot congres, waaraan naar schatting tussen de 600 en 1000 congressisten zullen deelnemen, een kostbare aangelegenheid is. Alleen de ver zorging van het wetenschappelijk gedeelte vraagt een bedrag van ongeveer 75.000.Hierin zijn de kosten van de excursies e.d. niet inbegrepen; deze worden volledig door de deelnemers betaald, maar toch moeten ook hiervoor enige risicoposten worden opge nomen in de begroting. Hoewel ook in de onkosten van het weten schappelijk gedeelte door de congressisten door betaling van in schrijfgelden wordt bijgedragen, raamt het congres-comité het te verwachten tekort op ongeveer 20.000.Dit tekort hoopt het congres-comité te dekken uit bijdragen van grote bedrijven, uit een garantiebedrag van de regering en eventueel uit een garantiebedrag dat bijeen wordt gebracht door de N.L.F. Thans is het echter allereerst noodzakelijk te kunnen beschikken over een werkfonds. De eerste inschrijfgelden zullen pas na 1 mei a.s. worden ontvangen. De N.L.F. kan het gewenste werkkapitaal even min uit eigen middelen verschaffen. Daarom bepleitte reeds vier jaar geleden de toenmalige penningmeester van de Vereniging voor Kadaster en Landmeetkunde de vorming van een werkfonds, dat in de eerste plaats bedoeld is voor de bestrijding van de voorbe- reidingskosten en dat eventueel als garantie zal dienen indien een

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Tijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde (KenL) | 1958 | | pagina 50