244 moeten telkens bij de logaritmen van een gedeelte van de meetlijn, gelegen tussen twee opeenvolgende punten, worden opgeteld om voorlopige coördinatenverschillen van deze punten in de logarit- mentafel terug te zoeken. Tenslotte moeten de sluitfouten nog over de laatstgenoemde verschillen worden verdeeld. Wat springt de werkbesparing van de rekenmachine hier duidelijk in het oog. De logaritmische formulieren hebben hun tijd gehad. De h.t.w. van 1902 is verouderd. De leiding vond in Prof. Tienstra de aan gewezen ontwerper van een nieuwe handleiding voor de technische werkzaamheden. De uitvoering geschiedde in samenwerking met de heren Kwisthout en Hamelberg. Zo verscheen in 1938 bij de Algemene Landsdrukkerij het keurig verzorgde boek Handleiding voor de technische werkzaamheden van het Kadaster'' met 110 bladzijden tekst, een groot aantal rekenvoorbeelden, uitgewerkt op nieuw ontworpen formulieren, terwijl ter bekorting van sommige hulpberekeningen een serie nomogrammen werd ingevoerd. Deze h.t.w. van 1938 heeft bijna twee decennia de toon aangegeven bij de uitoefening van de landmeetkunde in ons land, op een peil, dat met de toenmalige stand der geodetische wetenschap in volle har monie was. Vandaar dat zijn invloed niet tot het Kadaster beperkt bleef: overal waar aan landmeetkundig werk de hoogste eisen moesten worden gesteld, vormde deze h.t.w. van 1938 de norm die ook door andere diensten vrijwillig werd aanvaard. Stond de tekenaar van het kadaster ook nu weer geheel buiten deze ontwikkeling? Neen, gelukkig niet. De Vereniging van Tech nische Ambtenaren van het Kadaster had de heer Harkink bereid gevonden een schriftelijke cursus te leiden die het praktisch rekenen en het lager landmeetkundig rekenen toegankelijk zou maken voor de tekenaars van het kadaster. Van het standpunt van de tekenaar van het kadaster uit gezien is deze cursus de belangrijkste gebeur tenis in de zestig jaren die juist achter ons liggen, omdat hierdoor een einde kwam aan een toestand van een te grote onkunde, die alle pogingen tot verdere ontplooiing tot mislukking moest doemen. De cursus Harkink wilde de tekenaar de onontbeerlijke kennis bijbrengen; velen grepen de kans aan een grote achterstand aan wiskundig en landmeetkundig inzicht naar vermogen in te lopen. Wie deze gelegenheid kon aangrijpen, maar hem desondanks liet glippen, kon geen excuus meer aanvoeren voor zijn onwetendheid, die wij met Kant als een ,,selbstverschuldete Unmündigkeit" zou den kunnen betitelen. Een woord van warme dank mag hier zeker niet achterwege blij ven: voor Ir. Harkink in de eerste plaats, maar ook voor collega Hoddenbach, die eveneens veel tijd en moeite heeft geofferd om het binnengekomen werk van de cursisten te corrigeren. Gelukkig werd de inhoud van de cursus ook in twee boeken gepubliceerd, nadat de schrijver zelf de stof nog eens kritisch had herzien op de weinige punten waar dit nodig was. Door deze wer ken, de .Inleiding tot het praktisch rekenen'' van 1941 en de

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Orgaan der Vereeniging TAK | 1957 | | pagina 24