T oekomsl G. RITMEESTER: Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Einde 1939 was er in de vier kadastrale divisies Amsterdam. Arn hem, 's-Gravenhage en Groningen een achterstand van 46.858 pos ten, einde 1945 was deze gereduceerd tot 14.759 posten. Maar na de oorlog ging het met het bouwen en met de verkopingen snel en de kadastrale dienst kon bij lange na niet voldoen aan de eisen die daardoor werden gesteld; voldoende personeel ontbrak en zo ble ken in 1955 een honderdvijftigduizend posten niet afgedaan, 74.143 akteposten en 75.050 zgn. controleursposten. En nadien vermeer dert ieder jaar die achterstand met een 15.000 a 20.000 posten. Daarbij komt nog de achterstand bij de ruilverkaveling, terwijl de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening deze nog wil opvoeren tot 125.000 a 175.000 ha, welke met een gemid delde duur van vijf jaren in uitvoering zullen zijn. Dit is dus geen bemoedigend geheel en er is geen sprake van dat deze wel zeer grote achterstand met het beschikbare personeel is in te halen. Er is veel te lang verzuimd, tot een behoorlijke organisatie van de kadastrale dienst te komen. Het Ministerie van Financiën heeft veel te lang geaarzeld om de landmeter de plaats te geven, die hem krachtens zijn opleiding en krachtens zijn waarde voor de maatschappij toekomt. Daarnaast heeft men ook veel te lang getreuzeld voordat men tot de erkenning kwam, dat zeker 60 c/c van de akteposten en de controleursposten zouden kunnen worden gemeten door landmeetkundige ambtenaren, die, dat spreekt van zelf, daarvoor een aparte opleiding moesten hebben. Geleidelijk, maar niet zeer van harte, is men daar toch toe overgegaan en thans zijn verschillende van die ambtenaren werkzaam bij de ruilverka veling en bij de bijhoudingsdienst; hun zijn dus nog niet eens de minste taken toebedeeld. Maar daar het Rijk maar steeds traineerde, niet voldoende per soneel toevloeide en het werk dus niet opschoot, werden bij ver schillende maatschappijen, bij gemeenten, bij provinciën, bij andere rijksdiensten en bij de spoorwegen landmeetkundige diensten inge steld om de taak, die in feite door de kadastrale dienst moet wor den verricht, zelf te gaan uitvoeren. En natuurlijk trachtte men landmeters en vooral landmeetkun dige ambtenaren te krijgen. De laatste gaf men een andere titula tuur, maar wat voor de gegadigden van veel meer betekenis was, men betaalde beter. Nu is Leiden in last. Jaren is tegen deze gang van zaken, ook in de Tweede Kamer, gewaarschuwd. Het was als voor dovemans oren gepreekt. Maar gelukkig heeft Minister Hofstra in de Tweede Kamer 249

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Orgaan der Vereeniging TAK | 1957 | | pagina 29