Ook de beschrijving van de plans zou moderner kunnen worden opgezet. Zijn de schabionen onmisbare stukken gereedschap voor de tekenaar geworden, de verscheidenheid in grootte en vorm (romein en cursief) kan werden uitgebreid, hetgeen hogere eisen van handvaardigheid en esthetisch inzicht niet hoeft uit te sluiten. De reproduktiemethoden beloven zeker ook meer nieuwe mogelijk heden. Een verbetering zou b.v. kunnen zijn zoals dat wordt gedaan met de cijfers, die op de hoogtekaarten de hoogte aangeven. De cijfers, gedrukt op doorzichtig klevend materiaal, worden op het filmplan gehecht. Het blijkt echter dat de opgebrachte stukjes door verdroging of dergelijke van de kleefstof spoedig loslaten. Voor ons is een dus danige methode dus ongeschikt. Men heeft ook de idee geopperd, de kadastrale plans te nummeren met een numerateur. Het nummeren van de plans is echter het minst tijdrovende deel van de beschrijving. Behalve dit is er immers nog zoveel anders. Men denke slechts aan de plaatselijke benamin gen. de coördinatengetallen. de letters en nummers van de ruit, de nummers der vaste punten, de aangrenzende bladen, de hoofden en onderschriften, om van de bijpijling maar niet te spreken. We zijn er dankbaar voor, dat in de afgelopen zestig jaar de taak van de tekenaar van het kadaster grondig is gewijzigd, zo zelfs, dat deze rangnaam nog slechts in de eerste jaren van de ambtelijke loopbaan wordt gebruikt of dan te worden afgeschud. Toch meen ik, dat onze collega's van 60 jaar geleden, door het tekenwerk dat zij ons hebben nagelaten, wel iets tot ons van de nieuwere generatie te zeggen hebben. We moeten die liefde voor het Vak behouden, die zij ons onge twijfeld in hun werk toonden. Deze behoeft zich niet uitsluitend te uiten door het oplossen van ingewikkelde vraagstukken, zij kan ook blijken uit het met zorg en vakkundigheid tekenen van kaarten. Deze kaarten zijn immers het ..eindprodukt", de met veel moeite en veel kosten verkregen resultaten uit meting en berekening. Het .geslaagd" verlaten van het Centraal Teken- en Opleidings bureau van het kadaster te 's-Gravenhage geeft de zekerheid, dat de jonge tekenaar voldoende tekenvaardigheid bezit. Deze dient in de dienst verder ontwikkeld te worden. Aan de leiding van het Bureau de taak op dit vakonderdeel streng toe te zien of te laten toezien. Men dient ondeugdelijk tekenwerk eenvoudig niet te accepteren. Hiermede zou het aanzien (en de roep van nauwkeurigheid) van onze kaarten en dus van het Kadaster meer gebaat zijn dan met het maken van robot tekenaars', die niet tekenen kunnen of niet meer behoeven te kunnen tekenen. Reeds bij de opleiding blijkt wel dat zij, die niet dan zeer moei zaam tot een draaglijk tekenresultaat komen, in het algemeen ook 260

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Orgaan der Vereeniging TAK | 1957 | | pagina 40