ting van de Fototechnische dienst, zoals deze toen werd genoemd, kwam voort uit de behoefte om sneller en goedkoper en wellicht ook nauwkeuriger een kopie te kunnen vervaardigen van een ka dastraal plan dan dit door kopiëren op een spiegel kan geschieden, terwijl bovendien de mogelijkheid ontstond kopieën te vervaardig gen op een andere schaal dan die van het origineel. De belangrijkste figuur uit die dagen was de vader van de tegen woordige chef-fotograaf. Het blijkt van zijn superieuren wel juist te zijn gezien de oude heer Alwin met het fotowerk te belasten, daar hij al spoedig een stuwende kracht was in het nog jonge be- drijf. Het bleef niet bij eenvoudige kopieën. De fotomontage ging ook een belangrijk woord meespreken. De camera, waarmee tot heden is gewerkt, eigenlijk slechts een vergrotingstoestel met een hoekspiegel om een rechtlezend negatief te kunnen krijgen, is echter niet geschikt voor zeer nauwkeurig werk. Vooral nu de directie van het kadaster er een paar jaar geleden toe is overge gaan de kadastrale bijbladen te doen aanleggen op een maatvaste tekeningdrager kwam de behoefte aan een precisie-camera voor het doen vervaardigen van fotokopieën op juiste schaal sterker naar voren. De bestelde reproduktie-camera Super-auto-horica van Klimsch zal binnenkort worden afgeleverd. Met deze camera, een van het donkere-kamer-type dus, zal het o.a. mogelijk zijn door middel van een kleine ontschranking ongelijke rek of krimp in lengte- en dwarsrichting van de kaart bij reproduktie te elimineren. In de lichtdrukafdeling is het pas zeer bedrijvig geworden na de invoering van het filmplan. Deze reproduktie op „kodagraph- autopositive" film wordt vervaardigd van elk nieuw bijblad en tevens van bestaande bijbladen, mits deze zijn aangevuld en opge werkt overeenkomstig de bepalingen van 20 van de Instructie Kadaster. Voor de invoering van het filmplan kon een reproduktie slechts worden verkregen langs fotografische weg. Hoewel deze werkwijze belangrijk goedkoper is dan het vervaardigen van een kopie met de hand is zij toch duur in vergelijking met de kosten van lichtdrukken. Het aanvullen en opwerken ingevolge genoemde 20 vergt nog al wat tekenarbeid. Daar deze zeker wel op drie dagen per plan mag worden gesteld is zij zonder meer bepalend voor het tempo waarmee filmplans kunnen worden vervaardigd. Het zal duidelijk zijn dat door de krappe personeelsbezetting in de laatste jaren niet al te veel tijd aan dit onderdeel kon worden besteed. Voorts moet hierbij nog worden bedacht dat de plans die de minste aanvulling vereisten veelal het eerst zijn behandeld. Nu is het evenwel mo gelijk door het tusschenschakelen van een fase met optische film, waarbij dan van de nieuwe camera gebruik gemaakt zal moeten worden, een nog redelijke kopie te verkrijgen van vage, niet op gehaalde lijnen van oude bijbladen. Op deze wijze kan de camera weer tekenaarsarbeid uitsparen. 228

Digitale Tijdschriftenarchief Stichting De Hollandse Cirkel en Geo Informatie Nederland

Orgaan der Vereeniging TAK | 1957 | | pagina 8